Voor mensen die zich interesseren voor ‘verenigingsvitaliteit’ en nieuwe vormen van ’zich verenigen’, zijn het spannende tijden. Er gaat bijna geen dag voorbij of er is – afhankelijk van de bril waardoor de ontwikkelingen bekeken worden – bemoedigend of verontrustend nationaal en internationaal nieuws.

Om dicht bij huis te beginnen: degenen die in de neergang van het Nederlandse verenigingsleven een bedreiging van de democratie, of – zoals hoogleraar James Kennedy – de kwaliteit van de civil society zien, zullen in de ontwikkelingen bij het CDA wellicht de gevreesde teloorgang herkennen. Afgelopen zaterdag 29 oktober, hield het CDA een congres dat zou moeten gaan over het hervinden van de weg naar boven. In plaats daarvan ging het eigenlijk maar over één onderwerp: Mauro. Hoe de bestuurders ook bleven herhalen dat een besluit tot uitzetting in lijn was met ‘staande beleid’ en probeerden om de onvrede met argumenten te bestrijden; de achterban liet zich maar door één ding leiden: emotie. Het was voor veel CDA’ers onbestaanbaar om een besluit te steunen dat tegen elk gevoel van rechtvaardigheid indruist. Dat gevoel en emotie sterke drijvende krachten zijn, werd een dag later duidelijk: uit een peiling bleek dat de partij op een historisch dieptepunt van 11 zetels terecht zou komen als er nu verkiezingen zouden worden gehouden.

Maar van het thuisfront is er ook bemoedigend nieuws. Een van de kleinere vakbonden van FNV Bondgenoten, de Vakbond van Schoonmakersslaagt er opmerkelijk genoeg in – zo las ik in een artikel van Marike Stellinga in het NRC Handelsblad van 25 oktober 20011 – om te groeien. In een verklaring voor deze tegendraadse ontwikkeling wordt gewezen op de veranderingen die onder leiding van de bestuurders Mari Martens en Ron Meyer zijn doorgevoerd: de bond heeft een ‘schoonmaakparlement’ geïntroduceerd waarin 75 gekozen schoonmakers (de ‘parlementariërs’) zitten. Doel van deze lijn: (a) een vakbond vormen die dicht bij de leden staat en (b) een bond zijn, waarin de leden het heft in eigen hand nemen. Volgens Meyer ‘moet de vakbond weer een school van de democratie worden’.  Marike Stellinga doet in haar artikel verslag van een bijeenkomst van ‘het parlement van schoonmakers’ waar een president wordt gekozen (die mee mag onderhandelen over de CAO) en noteert: ‘De bezoeker kan onmogelijk stoïcijns blijven onder het gevoel van opwinding en enthousiasme dat in de zaal hangt’.

Wij hebben de stelling, dat organisaties met leden in het denken over de aantrekkelijkheid van de organisatie, de rol van gevoel en emotie als dimensie moeten (h)erkennen, al vaker geponeerd. Als er wordt nagedacht over wegen om de vitaliteit van verenigingen te herwinnen, kan de Vakbond voor Schoonmakers inspireren. De bond slaagt er in om, behalve het hoofd, ook het hart te raken en genereert daarmee steun en enthousiasme. Het CDA slaagt er wel in het hart te raken, maar dan op een andere manier dan bestuurders voor ogen stond. Uit de concrete stappen die de vakbond heeft gezet – de introductie van een parlement en een president met onderhandelingsmacht – blijkt dat bestuurders weten wat er leeft bij leden en dat zij weten hoe zij daarop in moeten spelen. Door de afstand tussen bestuur en leden te verkleinen appelleert de bond aan gevoelens van zelfrespect en aan het verlangen om daadwerkelijk invloed uit te kunnen oefenen. De bond slaagt er in de mens achter het lid aan te spreken. Met succes. Bondsbestuurder Meyer licht toe dat de bond nu 15.000 leden telt en een jonge club is, ‘geen vergrijsde bende’. De gemiddelde leeftijd van het schoonmaakteam bij de bond is 28 jaar. ‘Hier wordt’ aldus Meyer ‘de toekomstige vakbond uitgevonden’. De bond laat zien hoe er intelligent kan worden ingespeeld op gevoelens. Het CDA lijkt ongewild te illustreren wat er gebeurt als er onvoldoende rekening wordt gehouden met de gevoelens van de leden. Dat 85% van het CDA-electoraat zich, een dag na het congres, uitspreekt tegen het standpunt dat door het partijbestuur en fractie wordt verdedigd, duidt op een – althans bij dit onderwerp – grote afstand tussen partijtop en electoraat.

Nationaal en internationaal zijn er meer opvallende ontwikkelingen. Degenen die de ongerustheid over de afkalving van het Nederlandse verenigingsleven pareren met de mantra dat ‘mensen in Nederland zich altijd zullen blijven verenigen’ krijgen deels gelijk. Mensen blijken inderdaad nog steeds bereid zich te verenigen. Ook Nederlandse mensen. Maar dan vooral anders: in nieuwe kaders en met nieuwe spelregels, op een wijze die tegemoet komt aan de behoefte om direct – zonder tussenkomst van iets of iemand die zich als vertegenwoordiger opwerpt – de stem te laten horen. Zij organiseren zich in lokale en wereldwijde online gemeenschappen.

Op dinsdag 11 oktober 2011 meldde Ricken Patel, oprichter van de internationale beweging Avaaz.org, onder dankzegging aan elk lid van deze gemeenschap: Just a few hours ago, our community reached 10 million people! ( zie voor meer informatie over de geschiedenis van deze organisatie artikelen in in the Guardian, the Economist en de the Times). Daarmee is Avaaz de grootste globale online community in de geschiedenis.

Dat de beweging er in amper vijf jaar tijd in is geslaagd om zoveel leden (from every nation, every walk of life) aan zich te binden, zegt wel iets over de aantrekkingskracht van de democratische missie waarop de beweging gegrondvest is: ‘burgers uit alle landen samenbrengen om de kloof te dichten tussen de wereld die we hebben en de wereld die we wensen’. Kennelijk raakt deze boodschap een gevoelige snaar, want nog dagelijks sluiten mensen uit alle werelddelen zich aan. In de woorden van Avaaz doen zij dat : hopeful, and serious about creating the world we all dream of.

Dichter bij huis – zelfs op loopafstand – deed zich een kleiner, maar in intentie vergelijkbaar fenomeen voor, toen – in navolging van voorbeelden in New York en andere Amerikaanse steden – de ‘Occupy Amsterdam’ beweging het Beursplein bezette. Ondanks het, in de pers breed uitgemeten, ontbreken van heldere doelstellingen, blijkt er ‘iets’ te zijn dat een gestaag groeiende globale beweging van activisten zoveel kracht geeft, dat ze bereid zijn om alle – soms regelrecht barre – weersomstandigheden te doorstaan. Tot op heden. Wat is dat ‘iets’ dat deze mensen bindt? Wat drijft ze, om zich op deze manier te manifesteren?

 

Omdat de geschiedenis zich toch onder mijn neus ontvouwde, besloot ik op onderzoek uit te gaan en vond Rob van het mediateam van ‘Occupy Amsterdam’ bereid om de achtergronden toe te lichten. Een week na het begin van de actie vertelde hij volgende (zie interview: 7 minuten).

Op November 3, 2011 door menno in bestuur, divers, ledenaantal, meningen leden, nieuws, online communities, ontwikkelingen, vereniging
Tags , , , , , , , , , , , ,

Laat een reactie achter