Tijdens het bijwonen van de Masterclass Klantgericht Retailen, viel me op dat de uitdagingen waar besturen van ledenverenigingen en retailers voor staan, overeen komen: beide zien zich geconfronteerd met een veranderende wereld, waarin alles wat ooit vanzelfsprekend was zijn vaste waarde lijkt te verliezen, beide streven naar een – liefst zo lang mogelijke – relatie met mensen uit hun doelgroep, beide merken dat het steeds moeilijker wordt om die relatie aan te gaan en te bestendigen en beide weten dat aanpassing en verandering noodzakelijk zijn om te overleven.

SSladek (2)Sarah Sladek wijst in haar boek ‘The end of membership as we know it’ op drie maatschappelijke veranderingen (economische recessie, demografische ontwikkelingen en technologische veranderingen) die een bedreiging voor ledenverenigingen vormen omdat zij het fundament – het ledenbestand – aantasten. Deze veranderingen zijn ook in Nederland actueel. Verenigingen hebben geen invloed op macro-economische ontwikkelingen en kunnen zich daar moeilijk tegen wapenen. Ze kunnen zich wel voorbereiden op de gevolgen van demografische verschuivingen en ingrijpende technologische vernieuwingen. De demografische dreiging wordt volgens Sladek gevormd door de gefaseerde instroom van jongere generaties (vaak aangeduid als X, Y en Z) op de arbeidsmarkt. Het is bekend dat jongere generaties anders in het leven staan dan de Babyboomers en dat zij zich steeds minder herkennen in instituten, structuren en systemen – waaronder de vertrouwde ledenvereniging – die nog uit de vorige eeuw (of zelfs nog daarvoor) stammen. Die passen niet meer bij het levensgevoel, de waarden, interesses, wensen en behoeften van jongeren. En doen dat steeds minder.

Die kloof tussen de oude en jongere generaties verdiept zich door het hoge tempo waarin producten van  technologische ontwikkelingen (met name de digitalisering en internet) integraal onderdeel worden van het dagelijks leven en van werkprocessen. Voor ouderen zijn ze niet bij te benen. Voor jongeren gesneden koek. Over een aantal jaren zal generatie Z (the Digital Natives) – die nooit een wereld zonder computer, internet en digitale toepassingen gekend heeft – de arbeidsmarkt betreden. De kans is groot dat vertrouwde verenigingsvormen op deze generatie overkomen als artefacten uit het pre-internet tijdperk (en geen enkele aantrekkingskracht meer uitoefenen).

Dat is geen nieuws. Die ontwikkeling is al jaren gaande. Nieuw is wel dat bestaande structuren en systemen het tempo van veranderingen niet kunnen volgen en zoekende zijn naar wegen om zich aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid van jongeren, waarin fysieke en virtuele werelden met elkaar verweven raken. Een paar voorbeelden:

Als de politie van Londen zich in de zomer 2011 geconfronteerd ziet met rellen (‘Blackberry riots’) die –  via mobiele netwerken – in razend tempo van de ene naar de andere wijk overslaan, raken de autoriteiten in paniek en overweegt de overheid serieus om de sociale media af te sluiten.

Ook in eigen land openbaart de kloof in de belevingswereld van oudere en jongere generaties zich. De commissie Haren, die onder leiding van Job Cohen achtergronden en oorzaken van het uit de hand gelopen ‘Facebookfeestje’ in Haren onderzoekt, concludeert Rapport Harenin haar rapport ‘Twee werelden’ dat de ongeregeldheden geen werk zijn geweest van jongeren die op rellen uit waren. Het waren normale jongeren die zich via sociale media hadden georganiseerd. Het gat, dat volgens de commissie, wat betreft sociale media tussen jongeren en ouderen bestaat, heeft er toe geleid dat, ‘de autoriteiten in hoge mate in onzekerheid verkeerden over wat er zich in de belevingswereld van jongeren afspeelde’. De commissie merkt over het verschil in belevingswerkelijkheid tussen de autoriteiten en de jongeren verder op: ‘Het zijn twee werelden, die beter in met elkaar in verband gebracht moeten worden.’

VNO NCW adverentie kleinDit lezend schoot me opeens een advertentie te binnen die me destijds – we praten over 2010 – al voorkwam als het toonbeeld van het ontbreken van enig besef van de andere belevingswereld van jongeren. Zijn er jongeren, vroeg ik me af, die zich door deze advertentie laten verleiden? Of rennen ze juist hard weg? Wat was de aantrekkingskracht van deze advertentie denkt U?

Weten doe ik het niet, maar ik waag te betwijfelen of de bestuurssamenstelling van Nederlandse verenigingen in 2010, wat betreft leeftijdsopbouw veel verschilde van die in de Verenigde Staten. Sarah Sladek refereert in haar boek aan cijfers van de Amerikaanse Board Source Nonprofit Governance Index, waaruit blijkt dat in 2010 maar 2% van de bestuursleden van non-profit organisaties jonger dan 30 jaar was.

Uit deze – en vele andere – voorbeelden (denk aan het fenomeen ‘flashmob’) blijkt dat groepen met een gedeelde belangstelling zich op elk gewenst moment, ongeacht locatie of fysieke afstand, razend snel kunnen verenigen (en zich even snel weer kunnen ontbinden als de aanleiding verdwenen is). Die wetenschap werpt een ander licht op de vereniging als ‘platform voor ontmoeting’. Deze rol, die sommige verenigingen nog als meerwaarde aanprijzen, verliest zijn toegevoegde waarde. Zoals ook de functie van de vereniging als dé bron van specialistische informatie, door de komst van internet is uitgehold. Hoe nu verder?

wordt vervolgd

Op March 25, 2013 door menno in ledenaantal, online communities, ontwikkelingen, social media, vereniging
Tags , , , , , , ,

Een reactie op “Oude leden. Jonge leden?”

  1. Topverhaal Ernst. Benieuwd in welke richting je de oplossing zoekt. Volgens mij niet de kloof tussen de generaties dichten, maar er overheen springen.

Laat een reactie achter