leden rabobankHet einde van het jaar nadert. Lig ik hier gebutst en gehavend, moreel beschadigd en herstellend van een knock out, na een dolle rit in de achtbaan. Was ik na lang aarzelen eindelijk eens ergens lid van geworden, krijg je dit.   

Het was de coöperatieve grondslag die me destijds voor de bank innam. Een bank die niet – zoals die andere vermaledijde banken – primair gericht was op het optimaliseren van de aandeelhouderswaarde, maar op het ondersteunen van lokale initiatieven en het bevorderen van kansen voor groepen die niet als vanzelfsprekend vooraan staan. Een bank die – zo suggereert het logo – de mens op het schild hijst. Dat was nog niet genoeg reden om lid te worden. Maar toen ik ontdekte dat de bank zich inspant voor kunst en cultuur inStedelijk onze mooie stad, ja zelfs een prominente rol bleek te spelen bij de hergeboorte van het Stedelijk Museum, toen besloot ik de stap te nemen. Het lidmaatschap zag ik als statement. Daarmee liet ik weten te sympathiseren met het lokale beleid van de bank. Maar ook, dat ik graag wilde helpen om tegenwicht te bieden aan het  onvoorwaardelijke geloof in het marktdenken (dat mensen ziende blind, horende doof en onmatig zelfzuchtig leek te maken). Niet alles in het leven hoefde langs de lat van economische maatstaven gelegd worden. Dat besefte ‘mijn’ bank, the ‘good guy’ in de bancaire wereld.

Dat was toen. Nu moet ik vaststellen dat mijn vertrouwen van een naïviteit is geweest, die  doorgaans is voorbehouden aan hoofdrolspelers in kerstfilms. Inmiddels is de ‘good guy’ van het eigen schild gegleden. Het is snel gegaan: midden oktober meldt de bank dat de bonussen voor bestuurders worden afgeschaft. Met de afschaffing komt de bank volgens de voorzitter van de Raad van Commissarissen Wout Dekker ‘tegemoet aan de opvattingen van onze belangrijkste stakeholders: onze klanten en leden’. De bank wil rekening houden met ‘de gevoelens die breed in de Nederlandse samenleving leven als het gaat om de beloning van bankbestuurders.’ Ik heb het applaus voor deze geste nog niet aangeheven (“ja, zo is ‘mijn’ bank”) of het Libor schandaal komt in de publiciteit. Als bekend wordt dat de bank een megaboete krijgt opgelegd voor het jarenlang manipuleren van de Libor rente, ben ik – met de rest van Nederland – getuige van het publieke terugtreden van bestuursvoorzitter Piet Moerland. Een week later eist minister van financiën Dijsselbloem dat er aangifte wordt gedaan en vervolging wordt ingesteld tegen de frauderende bankmedewerkers. Het concernbestuur van de bank geeft aanvankelijk geen krimp, maar uiteindelijk ziet de Raad van Commissarissen zich gedwongen om te buigen voor de macht van de lokale banken. Zij eisen dat er consequenties aan het schandaal verbonden worden: bestuurslid Sipko Schat wordt geslachtofferd.

Als lid sta ik er bij, kijk er naar en ben benieuwd hoe de bank dit met de leden op gaat pakken. Tot dusver niet. Behalve dan de brief die ik kreeg van de directeur van de lokaletuin kinderen bank waarin het gebeurde wordt betreurd, wordt bezworen dat niet de lokale bank, maar medewerkers van ‘het buitenlands bedrijf’ verantwoordelijk zijn voor de misdragingen en dat er maatregelen zijn genomen waarmee voorkomen moet worden dat er ooit weer zoiets kan gebeuren. Een paar dagen na de brief blijkt uit een reconstructie van NRC Handelsblad dat de suggestie, dat de manipulatie van de Libor-rente alleen bij de buitenlandse tak van de bank speelde, onjuist is. Dat gebeurde vanaf 2009 ook nog twee jaar op het hoofdkantoor van de bank in Utrecht. Ja, dan wordt het ook voor een lid moeilijk om kritiek en leedvermaak uit de omgeving te pareren. Gisteren kwam de klap die voor knock out zorgde: de bank maakt bekend dat de ledencertificaten – voor deze bank net zulke kroonjuwelen als de bestuurlijke vernieuwing voor D66 – naar de beurs gebracht worden.

Waar ben ik nu nog lid van? En moet ik hier wel lid van blijven? Wat gaat de bank hier aan doen? In het ledenblad ‘Dichterbij’ schrijft de directievoorzitter van de lokale bank dat ‘We de draad weer snel moeten oppakken. Voor u, onze leden en onze klanten. We blijven de bank die we zijn, uw Rabobank.’ Dat klinkt net iets te gemakkelijk en net iets te bekend. Het klinkt als de reactie van een directie die het wel voor de leden gaat bedenken. De klassieke reactie van bestuursleden van verenigingen die geworteld zijn in een verleden met tradities waarin deze aanpak nog werkte. Maar tijden, en samenleving, en mensen zijn veranderd. Wachten tot de bui overwaait en dan doorgaan met business as usual is geen optie meer. Net als voor leden van verenigingen, geldt ook voor leden van een coöperatieve bank dat het lidmaatschap geen uitkomst van een rationele optelsom is. Lidmaatschap heeft ook een emotionele component. Die kan bij tijd en wijle zelfs doorslaggevend zijn. Zoals nu in deze affaire. De hedendaagse leden willen zich verbonden voelen met de organisatie, het moet goed voelen om ergens lid van te zijn, het lidmaatschap moet een immateriële meerwaarde hebben. Je moet er trots op kunnen zijn. Dat heeft de Rabobank wel heel moeilijk gemaakt. Voor sommigen zijn affaires als deze de druppel. Zij roepen op om de macht van de burger te gebruiken en te stemmen met de voeten, door weg te gaan bij organisaties die meer bezig zijn met hun eigenbelang dan met het belang van de klant of de burger.

Of ik mijn lidmaatschap opzeg? Nog niet. Zeker, ik verwacht meer dan obligate woorden. Varianten op ‘Gaat u maar rustig slapen, de regering waakt over u’ zijn niet genoeg om het beschadigde gevoel van verbondenheid te herstellen. Maar ik heb om twee redenen besloten de bank vooralsnog het voordeel van de twijfel te gunnen:

  1. uit waardering voor de succesvolle ondersteuning van uiteenlopende lokale initiatieven (waaronder opvallend veel op het gebied van kunst en cultuur) en,
  2. omdat de bank ‘een ingrijpende metamorfose’ aankondigt. In een toelichting op de verbouwplannen voor de lokale Rabobank noemt bestuurslid Rien Nagel een aantal aspecten die wijzen op een heroriëntatie. De bank heeft zich voorgenomen om – meer dan in het verleden –

een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in haar werkgebieden, door in lokale netwerken te participeren en zich vanuit die positie te richten op lokale sociaaleconomische vraagstukken. De bank wil zich, in de woorden van Nagel ‘veel nadrukkelijker verbinden aan de lokale samenleving’. Zo kan het accent in ondersteuning in stedelijke gebieden liggen op cultuur en kan de bank elders een energiecoöperatie, of andere initiatieven van burgers ondersteunen.

De voornemens klinken goed, maar zijn in dit stadium de status van woorden nog niet voorbij. De praktijk zal moeten uitwijzen of de woorden ook in daden worden omgezet. Ik wacht voorlopig af. In de hoop dat ik niet na jaren moet concluderen dat ik alweer te naïef ben geweest. Uiteindelijk, zo hoopt de bank, moet de nieuwe koers bijdragen aan het herstellen van de vertrouwensbreuk tussen de banken en de samenleving. Dat zal nog niet meevallen en alleen lukken als de bank er daadwerkelijk in slaagt om het proces door leden te laten dragen en het eigen plan niet als blauwdruk over leden heen te leggen. De tijd zal het leren. Voorlopig benut ik de kerstperiode om te herstellen van een moreel gebutst gemoed. Als de banken geen hoop bieden, is er altijd nog de kerstgedachte die tijdelijk troost biedt. Ik wens u fijne alvast fijne feestdagen en heel goed 2014.

Op December 5, 2013 door Menno in meningen leden, nieuws
Tags , , , , , , , , , , ,

Laat een reactie achter