lipstick-1

Elke vereniging die nog-niet-leden wil bereiken worstelt. Hoe bereik je een eindeloos versnipperde potentiële achterban? Hoe kun je duidelijk maken dat je precies past bij de behoefte om met elkaar iets relevants in de wereld te doen? Hoe laat je zien dat het helemaal niet oubollig en suf is om dat in een vereniging te doen? Over gevoel en het aantrekken en binden van nieuwe leden.

Om een idee te krijgen hoe de doelgroep ‘potentiële leden’ bereikt zou kunnen worden, ligt het in de rede om te kijken naar vormen van ‘zich verenigen’ die er wel in slagen om grote groepen mensen aan zich te binden. Want – het is al vaak opgemerkt – mensen zijn niet minder geneigd om zich te organiseren maar kiezen voor andere vormen om dat te doen. Denk aan de successen van Obama’s verkiezing, aan  ‘La République En Marche’ van Macron, aan de activistische netwerkbeweging Avaaz.org  met 44.956.895 ‘leden’ in 194 landen (stand 8 augustus 2017 11:00 uur). Of, om dichter bij huis te blijven, aan de succesvolle campagne van GroenLinks bij de afgelopen Kamerverkiezingen, waarbij de partij zich meer als beweging dan als politieke partij manifesteerde. Er zijn al vele pogingen gedaan om het succes van dit soort bewegingen te verklaren en de relevantie daarvan voor klassieke verenigingen te duiden.

Direct aantrekkelijk | Hun aantrekkingskracht is dat ze beter passen bij de manier waarop mensen nu in het leven staan: ze verplichten niet, komen ‘van onder op’ en zijn vaak idealistisch. Daarmee komen ze tegemoet aan wensen van jongeren: die willen zich niet langdurig committeren, geen hiërarchische verhoudingen en geïnstitutionaliseerde samenwerkingsverbanden aangaan. Zij vertrouwen op zelfredzaamheid en organisatorische improvisatie als er zich een issue aandient dat gezamenlijke aanpak vraagt en bepalen dan zelf of, en zo ja, hoe en onder welke voorwaarden ze zich dan inzetten. Daarnaast zijn er twee, minder vaak besproken, factoren die naar mijn overtuiging bepalender zijn voor de aantrekkingskracht van de nieuwe organisatievormen: a.) ze zijn zichtbaar en maken duidelijk waar ze voor staan en b.) nog belangrijker: ze appelleren – meer dan verenigingen doen – aan gevoel.gevoel

Gevoel is de basis | “Stemmen is absoluut op de eerste plaats een kwestie van gevoel”, zegt psycholoog Martin Rosema in een artikel van Joke Mat in de NRC over de psychologie van het stemmen. “Net als de keuze voor een omroep, voor een boek. Gevoel is bij iedereen de basis.” Daar is volgens Rosema niets mis mee omdat het onderbuikgevoel gebaseerd is op heel veel relevante informatie. Hij noemt het maken van een keuze op basis op gevoel pas een probleem als de gevoelens gevoed zijn door heel weinig, of onvolledige, of eenzijdige informatie.

Dat gevoel – en niet de rationele overweging – leidend is blijkt ook uit de keuzes die we maken in ons persoonlijke, professionele en maatschappelijke leven. In tienden van seconden beslissen we of we iets wel of niet leuk vinden, worden verliefd of stootten af en laten ons bij de aankoop van het huis leiden door ‘het goede gevoel’.

Gevoel leidt | Ook in professionele besluitvorming wordt ‘vooral op gevoel en intuïtie’ beslist, zo bleek uit onderzoek dat bureau Movisie onder sociaal werkers deed. In de publiciteit is sprake van succesvolle politici die er in slagen om hun achterban ‘het juiste gevoel’ te geven, van beoogde coalitiepartners bij wie het gevoel samenwerking in de weg staat en van ‘nationale gevoelens’ die een Nederlands kabinet er toe brachten om weinig rationele standpunten in te nemen bij overnamepogingen. Misschien heeft NRC-columnist Bas Heijne gelijk als hij in een column over onderzoek naar brandende maatschappelijke kwesties stelt: ‘de meeste hete hangijzers in de samenleving gaan terug op wezenlijke, diepgevoelde emoties en overtuigingen’.

Pijlsnel affectief | In hetzelfde artikel van Joke Mat, komt ook dr. Bert Bakker van de UvA aan het woord. Hij onderzoekt de rol van emoties in de politiek en refereert aan een Amerikaans onderzoek waarin bleek dat stemmers met geheugenverlies, die zich geen standpunten van partijen meer konden herinneren, bij een nieuwe stemronde toch bijna exact kiezen voor de ideologie die ze hadden voordat ze aan geheugenverlies leden. Volgens Bakker suggereert dat, dat mensen pijlsnel ‘een affectieve band’ vormen met een politicus of partij. De gevoelens die je bij een partij hebt, tellen mee voor een stem. Rosema daarover: ‘Of mensen hoopvol of trots worden van een partij, los van waar die partij voor staat, heeft voorspellende waarde’. Volgens Bakker heeft in Nederland vooral GroenLinks dat goed begrepen en succesvol toegepast.

Als gevoelens zo’n belangrijke rol spelen bij het maken van keuzen is er voor verenigingen alle reden om na te gaan of gevoel een rol speelt bij de daling van ledenaantallen en een mogelijk antwoord daarop. Om ‘pijlsnel een affectieve band te vormen’ zoals mensen dat volgens Bakker met een politicus of een politieke partij doen, is minimaal bekendheid noodzakelijk. Die bekendheid laat te wensen over. Voor veel jongeren zijn professionele verenigingen eerder onzichtbaar dan bekend. De relatieve onzichtbaarheid van sommige professionele verenigingen is zelfs een punt dat we, in verschillende toonaarden, steeds vaker opvangen in recente ledenonderzoeken: leden die hun hun beroeps- of branchevereniging vragen om zich meer te profileren, om zo haar eigen maatschappelijke positionering en die van haar leden te versterken. “Schud het kleurloze imago af”.

yes we canYes | Netwerkorganisaties, bewegingen, het zijn geen verenigingen. Maar toch. Dat bewegingen en netwerkorganisaties er wel in slagen om grote aantallen ‘leden’ aan zich te binden heeft alles te maken met het hun permanente (virtuele) aanwezigheid, hun niet aflatende informatievoorziening, de duidelijkheid van de boodschap die ze uitdragen (campagneleider Sam Bakker van Groen Links in de juni editie van VM: “Om mensen te motiveren, moet je een smoel hebben en vooral vóór iets zijn”) en het intensieve contact met hun achterban. De initiatieven zijn divers en variëren in bereik en omvang, maar één ding hebben ze gemeen: ze appelleren in eerste instantie aan een ‘gevoel’ en slagen er daarmee klaarblijkelijk beter in om ‘pijlsnel’ de affectieve band te vormen, die nodig is om steun te verwerven. De successen zijn in de eerste plaats gevoelgedreven: de status quo kán overwonnen worden, verandering is mogelijk: Yes we can.

Van daad naar droom | Ooit – soms lang geleden – zijn verenigingen ook opgericht om een ideaal te verwerkelijken. Maar tussen droom en daad bleek de energie – die in oorsprong idealistisch was – in toenemende mate te moeten worden aangewend voor procedures, protocollen, bestuursstructuren, organisatiemodellen, strategische planvorming, interne verenigingspolitiek. Niet zelden leidde dat tot de indruk dat de vereniging in kwestie meer met zichzelf dan met het oorspronkelijke ideaal bezig was. En niet zelden leidde dat tot een, voor de buitenwacht, onvoldoende herkenbare gedrevenheid, onvoldoende ‘smoel’, resulterend in onduidelijkheid over de toegevoegde waarde, een stagnerend ledenaantal en een gebrek aan aanwas. Dan wordt het duidelijk dat het anders moet. Maar niet altijd hoe het anders kan.

In antwoord op de daverende verkiezingsnederlaag van zijn partij adviseerde PvdA partijprominent Paul Depla – kennelijk geïnspireerde door succesvolle voorbeelden – zijn partij zich om te vormen van een club van technocratische bestuurders’ naar een ‘beweging van themanetwerken’ en een ‘meer gezellige’ partij. En er zijn meer verenigingen die dezelfde transitie serieus overwegen. Zonder dat met zoveel woorden te zeggen, erkent Depla dat een politieke partij niet gedijt bij brood alleen. Behalve beleid maken en besturen zal ook de juiste snaar geraakt moeten worden.

Belofte van het nieuwe | Alleen al de soms spectaculaire aanwas van de achterban moet voor verenigingen aanleiding zijn om deze vormen van ‘zich verenigen’ op hun merites te beoordelen en te zoeken naar overeenkomsten en verschillen die meer licht kunnen werpen op de vraag of en hoe verenigingen hier lessen uit kunnen trekken. Want net als bij verenigingen zijn deze bewegingen opgericht om een doel te bereiken. En net als bij verenigingen ligt de kracht van bewegingen in de macht van het getal en het gevoel van gezamenlijkheid.

Na ruim een kwart eeuw ledenonderzoek voor verenigingen zijn wij er van overtuigd dat, als het lidmaatschap van een vereniging niet beroepshalve verplicht is, het kiezen voor vereniging – om Rosema te parafraseren – in de eerste plaats een kwestie van gevoel is. En dat, in een variant op de uitspraak van Bakker: de gevoelens die je bij een vereniging hebt, meetellen voor een besluit om lid te worden. Wij denken, dat vergrijzing en een gestaag dalend ledenaantal bij verenigingen minimaal voor een deel te herleiden is op het ontbreken van ‘smoel’ en het niet appelleren aan een gevoel. Welke vereniging kan zich er, om Rosema’s woorden terug te halen, op beroepen dat ‘mensen er hoopvol en trots van worden’? De netwerkorganisaties en bewegingen slagen daar wel in: zij symboliseren het afscheid van het oude en de belofte van het nieuwe.

Onweerstaanbaar | Betekent dat, dat verenigingen de ratio moeten laten varen en het gevoel moeten omarmen? Of zich van een vereniging om moeten vormen naar een beweging? Wat mij betreft geenszins. Eerder het tegenover gestelde. Verenigingen hebben een lange staat van dienst en gewaarde rol in het in het maatschappelijk middenveld. Die rol kunnen ze ook in de toekomst kunnen blijven vervullen. Maar daarvoor moet er aan een dwingende voorwaarde worden voldaan: de buitenwacht, de wereld en mensen buiten de verenigingen, moeten het fenomeen ‘Vereniging’ (her)kennen als relevant en aantrekkelijk. Bij ongewijzigd beleid loopt een deel van de verenigingen (die, waarvan het lidmaatschap niet verplicht is) het gevaar buiten beeld te verdwijnen.

Smoel maken | Het nu in de verenigingswereld populaire concept van ‘de vereniging van, voor en door leden’ beoogt de betrokkenheid van alle leden te versterken en alle leden er van te doordringen directie, bestuur en leden samen ‘De Vereniging’ zijn en dat beleid samen vormgegeven moet worden. Daarmee wordt een activistisch element geïntroduceerd. Het streven is loffelijk en in het concept klinkt de erkenning door van een veranderende wereld waarin mensen autonomie verkiezen boven een structuur waarin ze zich moeten laten leiden. Maar het is de vraag in hoeverre dit zal bijdragen aan een veranderende beeldvorming rond verenigingen. In essentie blijft dit een interne verenigingskwestie die voor de externe uitstraling niet het verschil zal maken.

buiten-binnenVan buiten naar binnen | Het denken over verenigingen is gebaat met een grote inbreng van ‘de buitenwacht’. Daar zijn de mensen die de toekomst van de vereniging veilig kunnen stellen. Kennis en begrip van processen in de wereld buiten de verenigingen, draagt bij aan begrip voor problemen binnen de vereniging. Ook als het gaat om het waarom van geringe aantrekkingskracht.

Onlangs is de DNA Academie gelanceerd. Te oordelen naar het programma wordt daarin de blik uitdrukkelijk ook naar buiten gericht. De DNA Academie kan de verenigingswereld van een steviger wetenschappelijk fundament voorzien: ook als het om minder tastbare zaken als beeldvorming en de rol van gevoelens gaat. Omdat het hier gaat om een voor alle verenigingen relevant onderwerp, is de oprichting van de DNA academie wellicht een goede gelegenheid om een breed, en landelijk representatief, onafhankelijk onderzoek naar de rol van gevoelens in relatie tot ‘De Vereniging’ te initiëren. Daarmee zou de weg naar het ontwikkelen van een strategie op basis van kennis over dit aspect geopend worden.

Hoop en trots | Even terug naar die keer waarop u op slag verliefd werd. Haastte u zich toen om objectieve informatie over hem of haar – biometrische gegevens, sociale klasse, familie achtergrond – te achterhalen? Of liet u zich leiden door de verliefdheid en maalde u niet om deze aanvullende data? Het laatste? Bij potentiele leden zal het niet veel anders zijn als het gaat om het kiezen voor een vereniging. Het is een kwestie van ratio én gevoel, van hoofd én hart. Of zoals de voormalige Duitse president Gauck zei over het omgaan met populisme, dat volgens hem werkt als een brandversneller voor angsten: “Het is niet voldoende tegen die angst alleen maar argumenten in een rationeel betoog in te brengen. We moeten ons ook van gevoelens durven te bedienen.” Dat wordt de uitdaging voor verenigingen: om naast tastbare voordelen ook de hoop en trots te bieden die het lidmaatschap onweerstaanbaar maken.

[de inhoud van deze blog werd eerder gepubliceerd in het september nummer 2017 van VM, vaktijdschrift voor verenigingingsprofessionals.]

Op October 18, 2017 door Menno in beweging, Gauck, gevoel, ledenonderzoek, vereniging
Tags , , , , , , , , , , , , , ,

Laat een reactie achter